Evenement 2003


De 16de eeuw: “De geneugten des levens… en andere ketterijen”.

Teksten: Raymond Slosse, Piet Lesage, Kris Latré.
Regie: Piet Lesage, Kris Latré, Jo loobuyck.

Metamorfose

Tot zowat de 18de eeuw ontstond mode aan het hof en verbreidde zich dan traag naar de andere lagen van de bevolking (maar dan wel dikwijls in goedkopere uitvoeringen). Schilderijen en gedrukte etsen droegen daar althans in de gegoede kringen toe bij. De kostuumontwikkeling in de eerste helft van de 16de eeuw werd beheerst door de zogenaamde Duitse mode, in de tweede helft van de eeuw bepaalt Spanje (méér zwart) het plaatje. Het lichaam verbreden bleef in beide tendensen het voornaamste opzet.

De verzoeking van Pieter Titelmans

De inquisitie in Vlaanderen dateert van veel vroeger dan de 16de eeuw. Maar met snelle verbreiding van de reformatie kregen de ketterjagers de handen vol. Keizer Karel V stelde pauselijke inquisiteurs aan. Vanaf 1550 was dat voor het Westkwartier de beruchte Pieter Titielmans, deken van Ronse, die vanaf 1559 daartoe zijn intrek nam in de herberg “Het Gouden Hoofd” te Ieper. Hij organiseerde in de hele streek verrassende nachtelijke razzia’s en zette een net van spionnen op, maar kon het tij niet keren. Toen in 1566 de beeldenstorm losbrak, was hij, na doodsbedreigingen, de streek al ontvlucht.

De ketellapper

Op 11 januari 1568 plunderden een veertigtal bosgeuzen de kerk van Reningelst en namen de drie geestelijken gevangen: pastoor Judocus Huyghesoone, onderpastoor Robertus Ryspoort en koster Jacobus Panneel. Onderweg nemen ze ook nog de jonge pastoor Jan Beufkin van Dranouter gevangen. Nabij Nieuwkerke veroordeelden de geuzen diezelfde avond de priesters ter dood en de eerste drie werden metterdaad afgemaakt; Beufkin bleef om onbekende redenen door toedoen van geuzenleider Jan Camerlynck gespaard. Maar op Beufkins’ aanwijzen werden de bevroren lichamen op 19 januari teruggevonden.

De cleenen arendt

In de vroege morgen van 10 oktober 1561 werden o.a. Hubrecht Ghys, Pieter de Smet, Hans Outers en Jan Doens in Proven door soldaten in dienst van inquisiteur Titelmans van hun bed gelicht en verhoord. Ghys stierf zowat twee maanden later in Veurne op de brandstapel.

De ijdelheid

Pieter Brueghel de Oudere, uit de reeks “De zeven hoofdzonden”

De val van Icaros

Nieuwkerke telde in de 16de eeuw niet enkel een Vlaamse, maar ook een Grieks-Latijnse school, waar enkele latere hogere ambtenaren hun opleiding kregen (zoals Pieter Tayspil, voorzitter van de Raad van Vlaanderen). Doeken van Brueghel en tijdgenoten leren ons dat de prille renaissance-intellectuelen vertrouwd waren met o.m. de Griekse en Romeinse teksten, mythen en sagen en daar ook graag mee pronkten.  

De gulzigheid

Pieter Brueghel de Oudere, uit de reeks “De zeven hoofdzonden”

Tante Clementine:
Drie maal vrome vrouwen

Al vanaf de middeleeuwen schreven kerk en maatschappij de vrouw – vooral dan de vrouw uit burgerij en adel – onderworpenheid voor, eerst aan de vader en daarna aan de echtgenoot, haar heer en gemaal, maar ook in de 16de eeuw (zowel als eerder en later) leefden gezonde vrouwen van vlees en bloed, van wilskracht en temperament en niet gespeend van een tikkeltje ijdelheid, die met veel appetijt onder de strakke regels uit wisten te komen of ze naar hun hand te zetten. Het 8ste Geuzenevenement schetst drie maal op een rij dergelijke “vrome” vrouwen.

Les Dames de Charité de Sainte-Etcetera

Water om een suyver huydt te maecken – Neem witte meloenen die van haar schorsen wel gesuyverd zyn en snijdt se in stucken soo dick als een vinger, wegh doende het middelste. Neem dan het volgende: aluyn vier oncen, quick silver die gedoodt is, aluyn roche gebrandt, elcks een once; verckensreuzel twee oncen, terpentyn een pond, twelf eieren met haar schalen gestampt, limoensap soo veel ghy wilt, suycker 40 oncen, geytemelck en witte wyn elcks een pint. Doet dit alles gesamentlyck in een glase kolf en haelt hier een weynig uyt op een sacht vuurtjen, twelck deftigh is om te wassen.
(Simon Witgeest, Het Nieuw Vermeerdert Natuerlijck Tover Boeck, Amsterdam 1684).

Uilenspiegel

De prille boekdrukkunst zag brood in volksverhalen, maar ook in de Vlaamse Reynaert. Omstreeks 1490 al kwam een eerste editievan de persen van de Antwerpse drukker Gheraert Leeu. Ook Plantijn drukte in 1564 zijn “Reynaert de vos”. Ook Ulenspiegel werd gedrukt en zo raakten de streken van deze volksheld meer verspreid. Het tafereel dat we hier zien is echter gebaseerd op de Uilenspiegel van Charles de Coster en dateert du uit de 19de eeuw: “De legende en de heldhaftige, vrolijke en roemrijke avonturen van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderen en elders” in een Nederlandse vertaling van Willy Spillebeen. Uilenspiegel in Nieuwkerke, het moet kunnen…

De onkuisheid

Pieter Brueghel de Oudere, uit een reeks “De zeven hoofdzonden”

Egmont en Hoorne

  • Lamoraal, graaf van Egmont, prins van Gavere (°La Hamaide, Henegouwen, 18 november 1522), lid van de hofhouding van Karel V, werd in 1559 door koning Filips II benoemd tot stadhouder van Vlaanderen en Artesië en lid van de Raad van State. In december 1567 werd hij niettemin door Alva van hoogverraad beschuldigd en op 5 juni van het volgende jaar op de markt van Brussel samen met de graaf van Hoorne onthoofd. 
  • De geuzenliederen – veelal anonieme spot-, strijd- en schimpliederen – werden oorspronkelijk geschreven op oude en populaire melodieën, meestal werden ze op losse bladen gedrukt en voor weinig geld verkocht. Een eerste bundeling dateert waarschijnlijk uit 1573 of ’74, maar is verloren gegaan. Bekend is wel “Een nieu Geusen Lieden Boecxken, vermeerdert ende
    verbetert” dat in 1581 van de persen kwam. 

1594

Volgens prof. Briels emigreerden tussen 1540 en 1630 zowat 150.000 mensen uit de Zuidelijke Nederlanden naar Noord-Holland, niet enkel om hun geloof, maar ook als gevolg van de lamlendige economische toestand hier, vooral na de val van Antwerpen. Hun overkomst werd trouwens in het Noorden gestimuleerd omdat bleek dat de aanwezigheid van de Vlaamse inwijkelingen een gunstig effect op de nijverheid had. Zo werd te Kampen (aan het IJselmeer) nog in 1594 een contract afgesloten met Nikolaas Fossaert van Belle, die een twintigtal families uit de Westhoek zou aanbrengen om er de “nieuwe draperie” in te voeren. Het aanbod werd zo aanlokkelijk mogelijk gemaakt…

P.S.: Het 8ste Geuzenevenement goochelt hier een beetje met de chronologie.

In de vier conynghen

Het weelderige leven in het Vatikaan en de bouw van de Sint-Pietersbasiliek in Rome – een plan van paus Leo X (1513–1521) – kostten het pausdom handenvol geld. Om die verslindende luxe te kunnen bekostigen, verkocht Rome zowel bisschopstitels aan zonen van adellijke families, als aflaten aan de gewone gelovigen. Vooral franciscanen en dominicanen hielden zich met deze laatste lucratieve handel bezig. De aflatenverkoop was één van de aanleidingen tot de reformatie.
* Gardiaan: soort abt, hoofd van een franciscaner klooster (in Ieper sinds 1255).

In de natte katte

Toen het protestantisme opkwam was de figuur van Dokter Faustus, de man die zijn ziel verkoopt aan de duivel in ruil voor kennis en macht, al gemeengoed. Uit 1598 stamt de oudste gedrukte versie van het Faustverhaal, Historia und Geschicht Doctor Johannis Faust, des Zauberers. De bestaande verhalen leiden hem echter geenszins naar dame Blanche, overste van een leger dames van lichte zeden. Onze wil om dat ook niet te doen was sterk, ons vlees daarentegen…

Enkele sfeerbeelden als toemaatje

De voorbereidende werken. Onze voorzitter moet er enorm van zweten. En volgend jaar weer zoveel werk.

Heeft die mevrouw vooraf betaald? Zij is wel ingeschreven! Ja, maar voor de volgende groep! Je zou hier zenuwen kweken! Voor de deelnemers is er een lekkere maaltijd met passende muziek. Voor de medewerkers zijn er gelukkig broodjes. Op het marktplein een paar kraampjes met streekproducten en voor de kinderen leuke animatie.

Een paar bonnetjes kopen voor een lekkere pint op swingende dixieland.